10 December 2009

Studentenraad tegen 8-8-4

WAAR GAAT HET OVER? 

Het College van Bestuur heeft twee weken geleden – nagenoeg zonder overleg en tegen de uitdrukkelijke wil van verschillende faculteiten, waaronder de FGw – het besluit genomen om de semesterindeling aan alle faculteiten te uniformeren volgens het zogenaamde 8-8-4 model. In dit model bestaat een semester uit drie blokken van 8+8+4 weken, waarin steeds één of twee modules van 6 of 12 punten worden aangeboden. De gedachte hierachter is dat studenten hierdoor tijdens het gehele semester efficiënter zullen studeren en de rendementen zullen stijgen.

 WAT ZIJN DE PROBLEMEN?  

De Facultaire Studentenraad van de FGw (FSR-FGw) erkent dat het zinvol is om in goed onderling overleg te zoeken naar een semesterindeling die studenten de mogelijkheid biedt efficiënter te studeren. Het 8-8-4 model is voor de FGw echter een zeer slechte oplossing, die veel meer nieuwe problemen creëert dan verhelpt.  

1. Omdat de FGw werkt met vakken van 5 en 10 EC zou voor deze indeling al het onderwijs opnieuw moet worden opgebouwd en geprogrammeerd. Dit is een zeer ingrijpende, tijdrovende en uitermate kostbare operatie – zeker voor een grote faculteit als FGw. Met het oog op de huidige bezuinigingen en de toenemende werkdruk voor docenten vanwege de groei van studentenaantallen zal dit zeker leiden tot verschraling en kwaliteitsdaling van het onderwijsaanbod.  

2. Door de gewijzigde semesterindeling (8-8-4) en vakkenomvang (6 of 12 punten) wordt het voor de FGw moeilijk meedoen aan het reeds ontworpen, zogenaamde ‘sectorplan’, waarbij zusterfaculteiten samenwerken om kleine studies in het leven te houden (opgenomen in het plan Duurzame Geesteswetenschappen). De subsidie die FGw hiervoor zou krijgen wordt dan door 8-8-4 geblokkeerd. Bovendien komen specialisaties in het geding, want die zijn van de samenwerking en die subsidie afhankelijk.

3. De omvang van de vakken (6 of 12 punten) spoort ook niet met die van de belangrijkste internationale partners en bemoeilijkt uitwisseling van UvA-studenten met buitenlandse universiteiten alsook de komst van buitenlandse studenten naar de UvA.

 4. Voor cruciale cursussen waarin studenten wetenschappelijk onderzoek opzetten en uitgebreide werkstukken schrijven zijn blokken van 8 weken te kort. Laat staan een blok van 4 weken.

 5. Als het aan het CvB ligt, verhuizen de herkansingen naar de zomervakantie. Dit zal zeer ongunstige gevolgen hebben. Juist de enkele jaren ingevoerde maatregel om de herkansingen in hetzelfde semester plaats te laten vinden heeft aan de FGw een aanmerkelijke verhoging van het studierendement opgeleverd. Het veel later herkansen van vakken zorgt bovendien voor een aanzienlijke daling van het rendement omdat minder studenten halverwege het jaar van de bachelor in de master zullen kunnen instromen. De herkansingsregeling is voorts problematisch voor buitenlandse studenten, die soms een half jaar na hun uitwisseling terug zullen moeten komen om vakken te herkansen – met alle nadelige effecten voor de aantrekkingskracht van de UvA.

6. De FGw heeft in vergelijking met diverse andere faculteiten een veel beter studierendement, dat bovendien de afgelopen jaren flink aan het stijgen is. Veel aanbevelingen uit het recent verschenen rapport Studiesucces aan de UvA zijn gebaseerd op het succesvolle voorbeeld van de FGw. Het is onverstandig het grote risico te lopen dat een invoering van het 8-8-4 model, waarvan de positieve resultaten nog niet zijn bewezen, de stijgende lijn zal onderbreken.

DE FSR EIST: 

Laat de FGw een eigen semestermodel bepalen dat het studierendement, de kwaliteit van het onderwijs, de samenwerking met de zusterfaculteiten en de uitwisseling met buitenlandse universiteiten zal verbeteren in plaats van verslechteren.