Onderwijs & Onderzoek
ONDERWIJS & ONDERZOEK
Formele rechten
De grootste macht ligt voor de Facultaire Studentenraden van de UvA bij het instemmingsrecht op het Onderwijs- en Examenreglement. In dit reglement worden alle zaken met betrekking tot onderwijs geregeld, zoals bijvoorbeeld het minimale aantal toetsmomenten of hoeveel herkansingen een student heeft, maar ook hoe een toets eruit kan zien en wat een student aan feedback mag verwachten.
Wij hebben ten aanzien van dit reglement een aantal doelen;
in organisatorisch opzicht
- Het reglement is in een leesbare taal geschreven; elke student moet begrijpen wat er staat.
- Het reglement is voor elke student gemakkelijk te vinden.
- Er wordt strak toegezien op de naleving van dit reglement, dit zal in samenwerking met de Opleidingscommissies gebeuren.
in onderwijsinhoudelijk opzicht
- Feedback wordt duidelijker geregeld.
- De praktische oefening wordt helder gedefinieerd.
- Herkansingen zijn mogelijk in het semester dat je het vak hebt gevolgd.
- De keuzemogelijkheden van de geesteswetenschapper zijn groot; het aanbod van minoren en keuzevakken is aanzienlijk en gevarieerd.
- Een geesteswetenschapper kan zowel binnen als buiten de eigen faculteit vakken volgen.
Grootscheepse veranderingen
Dit reglement staat echter niet los van twee belangrijke veranderingen die volgend jaar op onze faculteit zullen plaatsvinden: de invoering van het 8-8-4-systeem en de invoering van de brede labels.
8-8-4-systeem
De invoering van deze nieuwe semesterindeling per studiejaar 2012-2013 vereist van alle opleidingen minimaal een kleine herziening van het programma, dit omdat vakken in de toekomst 6, 12 of 18 ECTS (studiepunten) waard zullen zijn, in plaats van de bekende 5 of 10. Deze verandering grijpen veel opleidingen echter aan om hun programma grondig te herzien. Wij zien het als onze taak om scherp toe te zien op de invoering van dit systeem. De nieuwe semesterindeling moet de studenten uitsluitend ten goede komen; de onderwijstijd moet op een vergelijkbaar niveau blijven en onderwijsprogramma’s moeten een logische samenhang kunnen kennen. Wij zullen een stevige vinger aan de pols houden.
Wij hebben twee concrete doelen:
- Een student haalt elk vak; er is geen sprake van compensatieregelingen.
- Er is een goede overgangsregeling voor huidige studenten.
Brede Labels
De masteropleidingen krijgen met nog een extra verandering te maken, de invoer van de brede labels. Landelijk zijn er 21 labels vastgesteld waaronder de verschillende opleidingen kunnen vallen, de UvA wil 13 hiervan op onze faculteit invoeren. Eén van de gevolgen hiervan is dat op het diploma van de student enkel nog het label komt te staan. Een mogelijk probleem is echter dat de medezeggenschap, en dus ook de Studentenraad, het instemmingsrecht op het opheffen van de opleidingen onder een label verliest. Op deze manier kan het onderwijsaanbod op onze faculteit verschralen. Daarnaast zal het voor studenten wellicht niet meer mogelijk zijn twee masters binnen hetzelfde label te volgen.
Concrete doelen:
- Het opleidingsaanbod blijft behouden, het is divers en gevarieerd.
- De medezeggenschap houdt instemmingsrecht op het opheffen van opleidingen.
- Er is een goede overgangsregeling voor huidige studenten.
- Het blijft mogelijk een tweede master te volgen.
Verder streven
Naast deze drie zaken hebben wij nog een paar andere doelen.
- De participatieplicht wordt op een logische manier geïmplementeerd.
Op dit moment fungeert de participatieplicht vaak als een verkapte aanwezigheidsplicht en daar is deze niet voor bedoeld. Wij willen het debat over verplichte aanwezigheid en participatie aan onderwijs opnieuw openen, waarbij de inzet in ieder geval is dat participatie niet gelijk staat aan aanwezigheid. Studenten moeten niet verplicht kunnen worden aan onderwijs deel te nemen; je hebt meer aan tien gemotiveerde studenten in college dan 30 ongemotiveerde studenten die de stof niet hebben gelezen.
- De vakevaluaties worden verbeterd
Studenten en docenten moeten samenwerken om de kwaliteit van het onderwijs in de gaten te houden en vakevaluaties zijn daar een essentieel onderdeel van: de mening van studenten zou op elk niveau een belangrijke rol moeten spelen in het besturen van de universiteit en goede, duidelijke evaluaties zijn de eerste stap in dat proces. Een goede samenwerking met opleidingscommissies is hierbij natuurlijk een vereiste: hoewel wij als Studentenraad bredere problemen kunnen signaleren, ligt kwaliteitszorg in de eerste plaats direct bij de opleidingscommissies. Zij kunnen echter hun werk niet goed doen als de materialen die zij daarvoor aangereikt krijgen niet toereikend zijn. Wij zien het daarom als taak de evaluatieformulieren te verbeteren om zo via deze weg er voor te zorgen dat de onderwijskwaliteit aan de hele faculteit op het juiste peil blijft.
- De aandacht van de faculteit gaat eerst naar het reguliere onderwijs, daarna pas naar het honoursprogramma.
Het reguliere onderwijs moet van een zeker niveau moet zijn alvorens je speciale verdiepingsmodules aan gaat bieden. De aandacht van de faculteit moet dan ook primair naar het reguliere onderwijs gaan; honoursprogramma’s kunnen geen prioriteit hebben boven het normale programma. - Oefententamens worden faculteitsbreed ingevoerd.
Alle studenten krijgen beschikking over een oefententamen, minimaal een week voordat het tentamen wordt afgenomen. Hierdoor weten studenten wat ze kunnen verwachten en kunnen ze toetsen of ze alle kennis bezitten die nodig is om het tentamen te halen.



