De FSR wil haar achterban dit jaar meer gaan betrekken bij wat de FSR doet en bereikt. We zullen daarom vanaf heden ongeveer elke 2 weken iemand uit de raad een stukje laten schrijven waaruit blijkt waar wij ons zoal mee bezig houden en hoe we dit ervaren. “Wat doen die mensen in de FSR nou eigenlijk ‘de hele dag’?” wordt tenslotte nogal vaak gevraagd in onze omgeving. Lijkt het je nou leuk om nog meer over ons werk te weten te komen en met ons mee te denken, schroom dan niet om je aan te melden voor een ‘lunch met de FSR’ (door een mailtje te sturen naar gilles @ studentenraad . nl)!
Deze week een stukje van Gilles over het afgelopen BO, waar een aantal dingen op het gebied van interne communicatie zijn afgesproken.
Het BO van Gilles
Vrijdag 9 januari was het dan zover: mijn eerste ‘echte’ BO: het achtwekelijkse overleg tussen het bestuur van de faculteit en de FSR, het moment waarop bindende afspraken gemaakt kunnen worden, het moment om dingen voor elkaar te krijgen. Ik had al eerder bij een BO gezeten; ditmaal mocht ik zelf (wat langer) het woord voeren, aangezien ik hoofd ben van de taakgroep ‘Begeleiding’. Acht weken hadden ik en mijn taakgroepgenoten Feline en Anouk in samenwerking met de raad nagedacht over waar de FNWI op dit moment nog vaak tekort schiet in de communicatie naar studenten.
Daaruit kwam een flink aantal dingen die we verbeterd wilden zien: zo zijn vakomschrijvingen van keuzevakken soms abominabel slecht en moet hier meer ‘controle’ op komen, zou er iemand verantwoordelijk moeten zijn voor de inhoud van de studentensites, zodat deze meer up to date en overzichtelijk kunnen worden en zouden de papieren en online studiegids gewoon overeen moeten komen.
Deze bevindingen hebben we kort opgeschreven in een advies aan het facultair bestuur dat we op het genoemde BO zouden bespreken. En daar zat ik dan, uurtje of 11, vrijdagochtend: “Geachte decaan, beste Bart”, wat vonden jullie ervan? Ze bleken het een mooi advies te vinden (volgens FSR-veteraan Sander Breur was het een “leuk, lekker adviesje”, was mij de dag daarvoor verteld) en toen we het met het bestuur punt voor punt doornamen was vrijwel alles “een goed idee”. Weliswaar moest er hier en daar nog naar de “praktische uitvoerbaarheid” gekeken worden (in mijn cynische blik al snel nee), maar het verbaasde hoe goed er naar ons geluisterd werd.
Als iemand me dus weer eens probeert uit te laten leggen “wat wij nou doen” vertel ik ze een dergelijk verhaal: de studentenraad heeft formeel niet veel macht, maar kan in al die kleine probleempjes, door actief mee te denken met een facultair bestuur dat je serieus neemt als klankbord en ons ziet studenten die “weten waar studenten mee bezig zijn” en onze adviezen overneemt in beleid, heel veel uitmaken.



